Voorbeelden van het gebruik van De juf in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De juf vroeg voor wie die was.
De juf zag het en greep in.
Wat heeft de juf gezegd?
Waar de juf was?
Tot dan zorgt de juf voor Ova. Ja, Memo.
Alleen omdat de juf een sukkel is.
Je hebt de juf mee hierheen genomen.
De juf zegt dat het nepfoto's zijn.
De juf vroeg voor wie die was.
Ben je klaar om… De juf wil je spreken.
Ga met de juf praten.
Zie je nou wel?- De juf.
Dat zei de juf.
Hij geilt op de juf.
Ik praatte gewoon even met de juf.
Ik kan niet geloven dat je met de juf naar de film bent geweest.
Kom, hond. Hier is de juf.
Vertel papa alsjeblieft niet… wat de juf zei.
Wil zij de linde van Boileau zien? De juf.
U hebt met de juf gesproken.