Voorbeelden van het gebruik van De pruik in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jij hebt de pruik op.
Jij hebt de pruik op.
En de pruik!
Niet gelukt met de pruik?
Ik noem hem ook wel'de pruik.
Waarom krijg ik altijd de pruik?
Ga met die vrouw met de pruik praten.
En ik heb je aan de pruik herkent.
maar wat dacht u van de pruik?
Zeg niets over de pruik.
Dit is prachtig. Je ziet de pruik en oren.
Het is niet alleen de pruik.
Nee- Dan jeukt het onder de pruik.
Het pistool. De pruik.
Haal ik vandaag bij de grime-afdeling. En de pruik?
Het is niet de pruik.
Je kijkt in de spiegel en de pruik verschuift.
Geef me de pruik.
Ze zit te laag, ik wilde het verbeteren. De pruik.