Voorbeelden van het gebruik van De reus in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij moet nu naar de reus, voor we allemaal doodgaan.
De reus van het kamp.
De reus dacht, ik stuur ze een klein verwelkoms feestje.
De reus van Norwich.
Omdat je de reus die in je zit, negeert.
Mammie, de reus huilt.
En de reus.
De reus Turley heeft de bal.
De reus ziet niks in de spiegel.
De reus werd wakker
Omdat de reus van muziek hield.
Vinden jullie dat Jack de reus had moeten doden?
De Reus vangt een Aap.
Ik de reus niet tegenhouden als die komt!
De reus is ontwaakt.
De reus is vijf jaar jonger dan ik.
Ik zal de reus niet kunnen stoppen!
De reus slaapt.
De kleinste reus.
Eerst moeten we Charlotte en de reus zien te lozen. N-F-E-B.