Voorbeelden van het gebruik van Dit uitleggen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Medicine
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kun je dit uitleggen voor mij?
Moet ik dit uitleggen?
Wil je dit uitleggen?
Kun jij dit uitleggen, Allen?
Kun je dit uitleggen?
Ik kan dit uitleggen.- Wat?
Hoe wil je dit uitleggen als ze hier langskomen?
Kun je dit uitleggen?
Wil je dit uitleggen?
Kun je dit uitleggen?
Wil jij dit uitleggen?
Uw arts zal dit uitleggen.
Larry, jij kan dit uitleggen.
laat me dit uitleggen.
Hoe moet ik dit uitleggen?
Mam, ik kan dit uitleggen.
Nee. Hoe kan ik dit uitleggen?
Hoe ga ik hem dit uitleggen?
Tony moet dit uitleggen.
Nee. Hoe kan ik dit uitleggen?