Voorbeelden van het gebruik van Dolblij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze zijn dolblij.
Ik ben dolblij.
Hij was er dolblij mee.
Ik ben dolblij.-Ja.
Ik was dolblij.
Favero was dolblij.
Dank je. Ik ben dolblij.
Neil, toen je hoorde dat jij deze vlucht zou leiden… was je toen verbaasd, dolblij?
Hij is er vast dolblij mee.
Ze zullen dolblij zijn om je te zien.
was ik dolblij.
Kenny is dolblij.
Ik was dolblij.
Ik heb hem van jou gekocht en je was dolblij.
Lila gaat dolblij zijn.
was ik dolblij.
Maar ik ben dolblij.
Hij is dolblij.
Hij is dolblij.
De kinderen worden goed verzorgd, de ouders zijn dolblij.