Voorbeelden van het gebruik van Duitsers in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wij Duitsers houden niet van oorlog.
Toch zetten de Duitsers steeds meer onderzeeboten in.
Drie Duitsers kwamen naar buiten met hun handen omhoog.
Of je leerde vliegen of je reed op de rug van een van die Duitsers.
Geweldig!" Hij verlaat het land en de Fransen en Duitsers zeggen.
De terroristen?-Nee, de Duitsers.
Weet u wat de Duitsers, Puerto Ricanen, en de Ieren gemeen hebben?
maar ook wat duitsers teveel.
Sommige mensen dachten dat we in oorlog waren met de Duitsers, onjuist.
Maar ik heb Gracie.- Ja, de Duitsers.
Vrede. Duitsers, Polen, Kasjoeben zullen vreedzaam samenleven.
Vanaf dit uitkijkpunt… ziet hij een groep Duitsers in loopgraven slapen.
Niet zelfs informatie die hen helpen tegen de Duitsers.
Wie was dat? Dat was iemand die een hekel had aan Duitsers.
Ik was Duitsers aan het doden, en niet jouw aan het redden.
Maar ze zijn allen Duits, of ze nu Duitsers zijn… of Duitsers.
we in oorlog waren met de Duitsers.
Hij is met de Duitsers vertrokken.
Wij Duitsers houden niet van oorIog.
Wij zijn geen Duitsers!