Voorbeelden van het gebruik van Duitsers in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De kathedraal werd door de Duitsers met artillerievuur bestookt tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Na de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 verscheen de krant niet meer.
De Italianen vertelden toen de Duitsers dat die beslissing aan de Italianen was.
We zijn Duitsers, we hebben het schip onder controle!
De Duitsers schijnen nu de Schäuble-koers te volgen.
En wat delen Duitsers niet met Joden?
Het heeft het bloed van duizend Duitsers op zich.
Verderop lagen nog meer bergen, Duitsers en bloedige gevechten.
Ik dacht dat hier meer Fransen dan Duitsers kwamen?
Dat zeiden de Polen ook over de Duitsers.
Ik moet dit daarheen brengen voordat de Duitsers de Maas over zijn.
Je moet toegeven dat de Duitsers goede auto's maken.
Frazer's peloton Duitsers waren.
Een soort van laatste feestje voordat de Duitsers zich overgeven.
Laten ze zich dan aankleden als Duitsers.
Hitler eiste zelfbeschikkingsrecht voor in Oostenrijk wonende Duitsers.
Het hotel zit vol Duitsers!
Ik kom om tegen de Duitsers te vechten, Mr.
Het kan zijn dat de nabijheid van Mr Garin bij de Duitsers niet helemaal egoïstisch is.
Het zijn niet de Duitsers, oma.