Voorbeelden van het gebruik van Een hobby in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Elke man heeft een hobby.
Wat is dit? Gewoon een hobby van me.
Het is een hobby.
Misschien is het een hobby.
Voor jou is het een hobby.
Hij zal snel een hobby moeten vinden.
Waarom neem je niet een hobby die geen fossiele brandstoffen zuipt?
Ze vonden kunst een hobby, geen carrière.
Neem een hobby.
Noodzakelijkheid groeide geleidelijk uit tot een hobby en een hobby veranderde in een beroep.
Ik kan een hobby zoeken.- Geen idee.
Wat een hobby.
Talen zijn een hobby. Ja.
Dat jouw vader een hobby heeft in zijn kelder. Wij vergeten dan ook.
Schansspringen is een hobby van me.
Sindsdien zijn honden een hobby van me.
Nee, een hobby is goed.
Honden zijn sindsdien een hobby van mij.
Voor mij was het een hobby, maar voor haar.
Een hobby, misschien?