Voorbeelden van het gebruik van Een ridder in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Laten we maar eens een Ridder van de Hel doden.
Zo bouwt een ridder een vertrouwensband op met z'n paard.
De wandeling met een ridder naar de Blaník.
Je hebt een ridder, dus je moet een prinses zijn.
Wees dus een goede ridder.
Want een ridder zonder jonkvrouw is als een lichaam zonder ziel.
Een ridder moet zich met eer
En Teddy was een ridder van de Ronde Tafel.
Ze heeft al een ridder op het witte paard, en ik ben het niet.
Een Ridder haalt de kracht uit z'n innerlijk universum.
Omdat hij een Ridder was, kon hij alle delen vinden.
Acht u hem een waardige ridder? Hij die nadert.
Er is geen verschil tussen een ridder en enige andere man.
Voor een ridder dan.
Je bent een ridder en je bent m'n broer.
En een ridder moet van goede komaf zijn.
Een ridder is een boer, hè?
Ik, de mogelijk oud-Drakenmeester, die een ridder uit Engeland boeven helpt vangen?
Ik ben Repelsteeltje, een ridder tot uw dienst. Henry.