Voorbeelden van het gebruik van Een trainer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Heb jij een trainer?- Mijn tussenpersoon.
Hij was een trainer van de sportschool.
Als je weinig geld voor een trainer hebt, dan kun je nooit ver komen.
En dan zoeken we een trainer voor je. Ik leer je een paar dingen.
Einstein is een trainer, hij heeft een geheugen!
Dat is een trainer hebben.
Een trainer verdient aan commissies.
Ik gaf hem weg omdat een andere trainer me een goed bod gaf.
Er is een Trainer met een Mimikyu op de plek… waar de leegstaande Koopjessupermarkt staat.
Als je een trainer of informatie wilt,
Ik heb een personal trainer in de stad.
Dus een trainer kan een hond met elk woord in z'n macht hebben?
Als je een trainer zoekt of wat informatie wil,
Ik heb een trainer nodig, een danscoach, een spraakcoach.
Je zei dat je een trainer nodig had, geen ruiter.
En dan zoeken we een trainer voor je. Ik leer je een paar dingen.
Ik neem een trainer aan, verdomme.
Ergens in de wereld… er is een nieuwe trainer, binnenkort de Rainbow Hero.
Dat is wat een trainer hebben is.
Ik heb een trainer die me alles heeft geleerd wat ik weet.