Voorbeelden van het gebruik van Een week in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Als ik nog een week of twee.
Nemen we gewoon een week pauze of?
Dit was een zware week.
Iets meer. Een week of twee.
Kom op. We vieren dat ze het gebouw bijna een week geleden redden.
Ongeveer een week of acht.
Hoelang duurt het?- Een week of twee, drie.
Nou, m'n schoonmaakster heeft een week vrij.
Na een week of twee, zullen ze denken
Heb je ooit zoiets ervaren als dit, voor een week geleden?
Een week of twee, denk ik.
Maar je hebt nog een week.
Over een week of twee.
Ik weet wat voor een week dit is.
Bent u hier niet al een week of drie?
Ik ben weg over een week.
Die is al een week dood.
We hebben nog een week.
Vijf weken. Een week.
Hij zegt dat hij mam al een week niet zag.