Voorbeelden van het gebruik van Eens zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
we het ook op dat punt met de heer Christensen eens zijn.
we 't eindelijk ergens over eens zijn.
Ik ben blij dat we het eens zijn.
Iris zou het met me eens zijn.
Dat is waar jij en ik het niet eens zijn.
Je mag niet eens zijn naam zeggen, oké? Nee.
Een slappe parvenu, die niet eens zijn eigen naam durft te gebruiken.
Ik denk dat wij in dit Parlement het daarover met u eens zijn.
de kinderen het niet met ons eens zijn.
Maar het lijkt erop dat niet alle vijgen het met deze naam eens zijn.
Fijn dat jullie 't eens zijn.
Nou, dan… Ik denk dat we het eindelijk ergens over eens zijn.
Het bestuur zal het met mij eens zijn.
Ik weet niet eens zijn echte naam.
Hem. Ik kan niet eens zijn naam noemen.
de Europarlementariërs van zijn partij het daarmee eens zijn.
Ik denk dat het Parlement en de Commissie het op de meeste gebieden grotendeels eens zijn.
Journalist: Nou, ik kon het nier meer met u eens zijn.
Het lijkt erop dat mijn collega's het eens zijn met het mondelinge amendement.
Vooral omdat we het nooit eens zijn.