Voorbeelden van het gebruik van Excuseer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Excuseer ons, we zijn ergens mee bezig.
Mijn club. Excuseer, onze club.
Excuseer me. Ik ben blij dat je bent gekomen.
Excuseer. Oké.
Michelle, excuseer ons even, wil je. Dank u.
Jackie? Excuseer me, moeder.
Excuseer, ik moet even bellen.
Excuseer, mevrouw.
Excuseer, kan ik u helpen?
Excuseer me. Kan ik u helpen?
Excuseer me nu, ik moet de hokey pokey gaan dansen.
Excuseer je me even?
Excuseer me, ik moet nu gaan.
Excuseer me. Logan Fell is een vampier.
Excuseer, u praat wel over een dode, ja?
Excuseer, gravin.
Excuseer, ik moet even bellen.
Excuseer me, ik ben verdwaald.
Excuseer, ik zoek mijn zus, Sara Lance?
Excuseer me. Wie is daarbinnen?