Voorbeelden van het gebruik van Geen persoon in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben geen persoon.
Ik ben geen persoon.
maar het is geen persoon.
Maar het is geen persoon.
Een heidense godin. Geen persoon.
Het is geen persoon.
Nee, we zoeken geen persoon.
Een geest is geen persoon.
Nero is een titel, geen persoon.
Het is geen persoon.
Of het is geen persoon.
Alleen is hij geen persoon.
Er is geen persoon meer. Begrijp je dat?
Ze kunnen toch geen persoon ontslaan… als hij de Nobelprijs in wetenschap heeft gewonnen.
Je bent geen persoon, daarom kwam ik naar jou.
Heeft u geen verdacht persoon rond zien scharrelen?
Sam was geen persoon met woorden.
Geen persoon die een of ander apparaat bedient.
Wat als het geen persoon is waar hij je naartoe leidt? Nee, alleen.
Dit is geen persoon met een dubbel leven.
