Voorbeelden van het gebruik van Haatten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze haten ze nog meer dan ze de Indianen haatten.
Jij was in een kerk vol met mensen die vampiers haatten.
En tegen hen zei ik dat m'n ouders ze haatten.
M'n ouders haatten hem.
Mooi, want ik dacht dat jullie alleen vampiers haatten.
Die de vorm van hun lichaam haatten of een betere huid wilden.
Ik dacht dat ze elkaar haatten.
Toen ik klein was, haatten ze elkaar.
Ik dacht dat we hem haatten.
Je vader en ik haatten elkaar.
Toen wilden mensen die me haatten opeens mijn vriend worden.
Regina en ik haatten elkaar.
Ik dacht dat het niet uitmaakte dat we elkaar haatten.
De mensen haatten me.
Ze haten ze nog meer dan ze ooit de indianen haatten.
Kimo en Wesley haatten elkaar.
Ik dacht dat we je moeder haatten.
boeren aardappelen haatten.
Ik dacht altijd dat ze me haatten.
Ik heb nooit begrepen waarom ze ons zo erg haatten.
