Voorbeelden van het gebruik van Haatten in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Iedereen dacht altijd dat Emmet en ik elkaar haatten.
Regina en ik haatten elkaar.
Maar ik denk dat we diep van binnen onszelf haatten.
Vorige week haatten jullie elkaar nog.
Daarom haatten we elkaar.
De meesten haatten me. En jou ook.
Wat haatten ze het.
Deze mensen haatten mijn pa.
Jullie haatten elkaar op het einde.
Als ze ons niet haatten, zouden ze niks zijn.
Het was niet zo dat ze hem haatten… ze konden hem simpelweg niet luchten.
Ze kozen de accordeon, maar we haatten het op het eerste gezicht.
Omdat 't middelbare school is en we onszelf haatten.
Ik deed dingen waardoor jullie me soms haatten.
Wat zou Jezus doen als de verpleegkundigen hem haatten?
Jullie bijen moeten die nep plastische dingen haatten.
Je was in een kerk vol mensen die vampiers haatten.
Hoe we Disney World haatten.
m'n man en ik haatten Hitler.
Ik zou me zorgen maken als jullie me niet haatten.