Voorbeelden van het gebruik van Hem martelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je bedoeld, hem martelen?
Binnenstormen en hem martelen, zoals jij altijd deed?
Ik moest hem martelen, maar toen raakten we aan de praat.
Gaat u hem martelen en doden?
Makkelijker dan hem martelen.
Wat ik wil is hem martelen en vermoorden.
Als we 'm martelen, zijn we geen haar beter dan hij.
Heb je hem gemarteld?
De Amerikanen hadden hem gemarteld.
Heb je hem gemarteld?
Ze hebben hem gemarteld.
Mijn God, ze hebben hem gemarteld. Rip?
Ik heb hem gemarteld.
Dus heb je hem gemarteld.
Dus je hebt hem gemarteld?
Papa heeft hem gemarteld.
Ze hebben hem gemarteld.
In Oekraïne hebben ze hem gemarteld.
Mijn god. Ze hebben hem gemarteld.
Kwam je daar achter voor of nadat je hem gemarteld had?