Voorbeelden van het gebruik van Het asiel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Bedoel je het asiel?
Uit het asiel.
Het asiel heeft me verteld waar hij was.
Ik heb het asiel gebeld, posters opgehangen
Het asiel heeft een grote tuin,
Het asiel is een andere belangrijke trekpleister.
Zijn dieren uit het asiel geschikt als huisdier voor kinderen?
Ik heb het asiel gebeld.
Heb je het asiel gebeld?
Dat we de hond naar het asiel brengen. Ik stel voor.
Bedankt dat je ze uit het asiel hebt gehaald. verkocht.
Is dit het asiel?
Dit is het asiel, hè?
Wie runt het asiel dan?
Heb je het asiel gebeld?
We hebben het asiel gebeld, maar ze werd niet vermist.
Het asiel heeft gebeld.
Het asiel. Ik breng je wel.- Waarheen?
Het asiel wil de taarten niet.