Voorbeelden van het gebruik van Het haat in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je hebt er geen idee van hoe ik het haat om aardig te zijn.
Het haat ons.
Dat was voor ik me realiseerde hoe ik het haat alleen wakker te worden.
Als je het haat, zeg het dan.
Sinds ik het haat.
Als je het haat, waarom doe je het dan?
Je weet dat ik het haat om bevelen op te volgen.
hoe erg jij het haat.
Je weet hoezeer ik het haat als mensen aan die kant lopen!
Omdat ze het haat.
Je weet dat ik het haat als Richie hier is.
Ik wil dat ze het haat.
Ik heb het gevoel dat ik het haat.
Als je je ijsroom in de vuilnisbak gooit, zeg dan dat je het haat.
En ik kon hem gewoon niet zeggen dat ik het haat om te vliegen.
Oké, als ze het haat….
Ik denk dat ik het fijn vind dat ik het haat.
Jullie dragen zo veel metaal en het haat me.
Vraag je je af waarom ik het haat je te horen?
Omdat jij het haat.