Voorbeelden van het gebruik van Het weekend in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe vaak werkten wij vroeger niet het weekend door?
Morgen is het weekend.
In het weekend en op nationale feestdagen wordt het ontbijt tot 12:00 uur geserveerd.
Alleen voor het weekend.
In het weekend en op feestdagen wordt het ontbijt geserveerd in het hotel.
We gaan dood omdat het weekend is.
In het weekend en op feestdagen opent het restaurant de deuren om 07:00 uur.
Nee, hij moet het weekend werken.
Gebruik je het voor het weekend of zoiets?
In het weekend en op feestdagen is de receptie geopend van 07:00 tot 22:00 uur.
Ja, alleen voor het weekend, maar je hoeft je niet te verbergen.
Als u in het weekend of op een doordeweekse dag na 17.
Dit was het voorbije weekend.
Uur en de hele dag in het weekend en op feestdagen.
Het weekend? Ik denk niet.
Dagelijks menu, ook in het weekend en op feestdagen.
Voor het weekend?- De zomer.
Onze klantenservice is elke dag(ook in het weekend en op feestdagen) bereikbaar.
Het weekend? Sarah's familie houdt van stoer.
