Voorbeelden van het gebruik van Hij at in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En hij at niets en hongerde.
Hij at zijn boek op Om verbranding te voorkomen.
Hij at eerst en wat overbleef,
Hij at altijd ijsjes terwijl hij zijn haar liet knippen.
Hij at fruit en groenten.
En hij at niet eens kaviaar.
Hij at elke zondag het crackertje
Hij at veel bananen.
Waar hij at en sliep?
Hij at die krengen toch?
Hij at mijn roeispaan, haken en stoelkussens.
Hij at, sliep en zoop alleen maar.
De blije boeddhist. Hij at alleen rijst met jus.
Hij at appels terwijl hij las over economische hervormingen.
Door iets wat hij at of dronk, zou ik denken?
Nee, hij at spek bij elke maaltijd.
Hij at het. Raleigh.
Maar hij at amper iets en dronk niet van z'n sap.
Hij at niet meer, sliep niet meer.