Voorbeelden van het gebruik van Hij at in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij at snoep en kauwgomballen.
Hij at frieten en vlees.
Hij at koek en dronk thee.
Hij at van m'n bord.
En hij at mijn aardappelpuree.
En hij at en dronk, en hij stond op
Nee, hij at al de popcorn.
Hij at de bewaker, maar Christoph is in orde.
Hij at niets en dronk niets.
Hij at van mijn pillen.
Hij at met de crew.
Hij at bijna niets.
Hij at de maaltijd, eigenlijk twee maaltijden,
Hij at ook een giftige aardappel.
En hij at en dronk, en hij stond op en ging heen;
Hij at, sliep en zoop alleen maar.
Hij at helemaal uit m'n hand.
Hij at mijn koekjes… maar hij brak zijn belofte.
Hij at het zondag-menu bij Chulack en viel flauw.
Hij at 't licht.