Voorbeelden van het gebruik van Hij at in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij at zo veel sandwiches
Hij at vast de hersenen en ogen.
Hij at voor twee!
Hij at een schilderij.
Hij at de maaltijd van iemand anders.
Hij at een ijsje.
Hij at ermee.
Hij at uit mijn handen.
Hij at van haar arm.
Hij at 't licht.
Hij at junk en dronk teveel.
Hij at snoep en kauwgomballen.
Hij at iedere zaterdagavond bij ons.
Dit is waar hij at met zijn gezin.
Hij at goed. Hij lachte tegen het einde meer dan tijdens.
Hij at altijd alleen op zijn kamer.
Hij at uit m'n hand.
Hij at als een vraat.
Rookte als een schoorsteen. Hij at alleen maar boter.