ETEN - vertaling in Frans

manger
eten
opeten
consumeren
dineren
voedsel
nourriture
voedsel
eten
voeding
voer
etenswaar
spijs
dîner
diner
eten
avondmaal
lunch
maaltijd
dineetje
dinner
avondmaaltijd
avondeten
repas
maaltijd
eten
lunch
voedsel
diner
eethoek
avondmaal
schotel
gerecht
cuisine
keuken
koken
eten
kookgelegenheid
gerechten
de keuken
bouffe
eten
voedsel
vreet
opeet
buffa
alimentation
voeding
dieet
voedsel
eten
stroomvoorziening
voeden
toevoer
voedingspatroon
stroom
feed
souper
eten
avondmaal
diner
maaltijd
avondeten
avondmaaltijd
diner
eten
avondeten
het avondeten
eethuis
om te dineren
déjeuner
lunch
ontbijt
eten
middagmaal
gaan lunchen
diner
lunchtijd
lunchafspraak
lunchpauze
middageten
se nourrissent

Voorbeelden van het gebruik van Eten in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Je wil geen börek eten, maar je rookt!
Tu ne manges pas de börek, mais tu fumes!
We eten bij m'n ouders.
On dîne chez mes parents.
Je kan zoveel eten als je wilt!", zei hij me.
Tu manges autant que tu veux!" m'a-t-il dit.
Je moet eten, naar de wc gaan.
Il faudra que tu manges ou que tu ailles aux toilettes.
Waar eten we?
On dîne où?
We eten om acht uur, Harold.
On dîne à 8 h, Harold.
We eten over tien minuten.
On dîne dans dix minutes.
We eten rond acht uur.
On dîne vers huit heures.
Je moet je bord leeg eten, als je een vent wilt worden.
Il faut que tu manges si tu veux être un vrai mâle.
We eten pas over vier uur.
On ne dîne que dans quatre heures.
Morgenavond eten we met m'n zus en haar vriend, Captain Fantastisch.
On dîne demain soir avec ma sœur et son petit ami, le Capitaine Trop Top.
Je moet iets van deze wereld eten Anders verdwijn je!
Si tu ne manges pas quelque chose de ce monde, tu vas disparaître!
Dinsdag eten we Gil en woensdag eten we Bob.
Mardi, on mangera Gil. Mercredi, on mangera Bob.
Vroeg of laat zul je moeten eten.
Tu sais, il faudra bien que tu manges tôt ou tard.
Na wat we net zagen, hoe kun je dat eten?
Après ce qu'on a vu, tu manges de la viande? Grandis,?
Vergeet niet dat we over twee uur eten.
N'oublie pas, on dîne dans 2 h.
Nee, ik wil alleen dat we samen eten.
Non, je veux juste qu'on dîne tous ensemble.
Queequeg… Je moet eten.
Queequeg… il faut que tu manges.
Trainen versnelt je metabolisme en je kan eten wat je wilt.
Avec de l'exercice, tu manges ce que tu veux. Vas-y, défonce-toi.
Je bent ziek en je moet nu eten voor twee.
Tu n'es pas bien, et tu manges pour deux maintenant.
Uitslagen: 23747, Tijd: 0.103

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans