Voorbeelden van het gebruik van Hij blij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Weet je waar hij blij van wordt?
Dacht u dat hij blij zou zijn?
Uiteindelijk zou hij blij zijn.
Wat maakt het mij uit of hij blij is of niet?
Ik weet zeker dat hij blij is dat je er bent.
Ja, maar zo blijft hij blij.
Maar vanavond is hij blij.
Maar achteraf zal hij blij zijn.
Zou hij blij zijn dat hij met me trouwt?
Dat is het enige waar hij blij van wordt.
zal hij blij zijn met de resultaten.
Het klinkt alsof hij blij is.
Nou, ik zou zeggen dat hij blij voor je.
Nu is hij blij.
Om te lopen en spelen met hem als hij blij is.
Ted doet niet alsof hij blij is.
Ls hij blij om weer thuis te zijn?
Was hij blij je te zien?
Was hij blij met de kaartjes?