Voorbeelden van het gebruik van Hoor bij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik hoor bij 'n groep.
Ik hoor bij de radio.
Ik hoor bij de band.
Ik hoor bij de familie.
Ik hoor bij de bijeenkomst te zijn
Ik hoor bij de band, maat.
Ik hoor bij de omroep.
Ik hoor er bij te zijn.
Ik hoor bij hen te zijn.
Ik hoor bij de band.
Ik hoor bij Casanova.
Ik hoor bij Lampkin.
Ik hoor bij 't team.
Ik hoor er bij te zijn.
Ik hoor bij de verkenners.
Ik hoor bij haar te zijn.
Ik hoor bij de luitenant. Luitenant.
Ik hoor bij deze bitch.
Ik hoor bij de Bijlen Bende.
Ik hoor nergens bij. Nee, Umut.