Voorbeelden van het gebruik van Iers in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zijn eerste toernooi was het Iers Open.
m'n moeder was Iers.
Hij was vroeger Iers.
Marshal. Aangenaam.- Iers.
Iers geluk?
Typisch Iers, dat snap jij niet.
Ja, maar m'n vader en moeder zijn Iers.
Ze was niet Iers.
Kabouters zijn Iers.
Wie weet. Hij is Iers.
Nou, ik heb Scotch of Iers.
Iers geboefte.
Het is Iers dansen, maar ze zwaaien ook met hun armen.
Iers bier.
Ben jij Iers?
Ik dacht altijd dat jij Iers was.
Ik werd agent omdat ik Iers ben.
Hij klonk een beetje Iers.
Erger dan dat, ik moest Iers leren dansen.
Betreft: Iers voorzitterschap- sociale uitsluiting.