Voorbeelden van het gebruik van Iets kopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik moet morgen iets kopen.
Kom je hier iets kopen?
Je moet iets kopen.
niet noodzakelijkerwijs iets kopen.
Ik kan niet zomaar een winkel binnengaan en iets kopen.
Je zou iets kopen.
Maar ik denk niet dat we daarvoor iets kopen.
Maar ik moet iets kopen.
Ga maar iets kopen.
Jij kunt ook iets kopen.
Moet ik nog iets kopen?
Zal ik voor hem of haar iets kopen?
Je gaat haar toch iets kopen?
We kunnen zelf iets kopen.
Hij gaat iets kopen.
Zal ik voor hem of haar iets kopen?
En dan gaan zij iets kopen, want dat is de reden dat zij een lening namen.
Wanneer klanten iets kopen van uw winkel, ze delen hun persoonlijke gegevens- naam,
Je gaat iets kopen, de prijs is vast,
We zijn wel tien winkeltjes af geweest… en hij wilde per se in elk winkeltje iets kopen.