Voorbeelden van het gebruik van Inbreker in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe erg? We nemen aan dat de inbreker het heeft.
Ze heeft de inbreker vermoord.
We zoeken dus een inbreker.
Ja, het is waarschijnlijk een afdruk van de ring van de inbreker.
Ja, jij bent de inbreker.
Ming is een inbreker.
Nee, niet de inbreker.
Wel, jij bent de inbreker.
Ze hebben een omschrijving gemaakt van de inbreker.
Alarm, inbreker.
Dus als je door een raam kijkt ben je een inbreker?
In een van m'n negen levens was ik inbreker in Santiago de Compostella.
Speelt hij nu de inbreker?
Hij dacht dat ze een inbreker was.
Niet eens een inbreker.
Gaat papa saus van de inbreker likken?
Ik dacht dat je een inbreker was.
De politie dacht dat ik een inbreker was.
Ik ben inbreker.