Voorbeelden van het gebruik van Inbreker in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Geen inbreker?
Ik ben geen inbreker en ik kom niets brengen.
Welke inbreker neemt nou niks mee?
Ik ben geen inbreker. Dus blijf met je handen van me af.
God, laat dat een inbreker zijn.
Dief, inbreker.
Was 't een inbreker?
Ja, die jongen is zeker geen inbreker.
Ik ben geen inbreker.
Zelfmoord verijdeld door inbreker.
Uw man heeft ons de inbreker beschreven.
Die denkt dat die inbreker toegeslagen heeft.
Wel wat vroeg voor die inbreker.
Maar we moeten geen inbreker zoeken.
Hebben we een beeld van de inbreker via de camera's?
Je bent wel een geweldige inbreker.
Dit was geen inbreker.
Ik wilde zeker zijn dat de inbreker wegbleef.
Wanneer wist je dat de inbreker Luis was?
Anna Luwte vastgebonden en de mond gesnoerd in inbreker.