Voorbeelden van het gebruik van Jaar samen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Vrijdag zijn we een jaar samen.
We hadden vorig jaar samen natuurkunde. Hoi, David.
Chloe en ik zijn al drie jaar samen.
Al drie jaar samen.
Wat? -Jullie waren twee jaar samen.
Een jaar samen.
Emily en ik zijn al bijna twee jaar samen.
Hoeveel metamensen, hoeveel gevaren… hebben we dit jaar samen getrotseerd?
We waren acht jaar samen.
Onze vrienden, m'n baan, onze acht jaar samen, ook geprogrammeerd zeker?
We gingen een jaar samen en toen gingen we uit elkaar.
Ze zijn al eenentwintig jaar samen.
Dat doen wij elk jaar samen.
We studeerden twee jaar samen.
Vandaag vieren we dat we 35 jaar samen zijn.
Omdat we vandaag een jaar samen zijn.
Maar jullie zijn al 15 jaar samen.
We werken al een jaar samen.
We werken bijna twee jaar samen.
We wonen al 1 jaar samen.