Voorbeelden van het gebruik van Japanner in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geen Japanner, gelukkig!
Ik vind die Japanner leuk.
De wereldkampioen van 2010, de Japanner Daisuke Takahashi.
Hé, jij bent die Japanner Mishima?
Hij is vermoord door een Japanner.
Masaru Emoto, 'n Japanner, deed 'n verbazingwekkend experiment.
Dat oudje had me verteld dat die Japanner een geest is.- Hoe dan?
Weet je dat er een Japanner in het dorp woont?
En die Japanner dan?
Mijn vader doodde slechts één Japanner… en mijn hele familie werd levend verbrand.
Jij bent een Japanner, dus je bent slim.
Daarom zie je nooit duiven bij de Japanner.
Zelfs die Japanner.
Ze is een Japanner.
Methedrine werd voor W.O. II ontdekt door 'n Japanner.
Of als u geen Japanner wilt.
Ben je een Japanner?
En een Japanner?
onze onderzeeër sneller was dan die Japanner.
Na drie maanden ging ze er met een Japanner vandoor.