Voorbeelden van het gebruik van Je auto in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik heb je auto gejat.
Is dit je auto, mevrouw?
Als je maar niet je auto hebt verkocht.
Je auto was twee keer nuttig.
Van je auto.
Kerel, je auto is waardeloos.- Geweldig.
Lk heb je auto geleend.
Heeft een baby je auto gestolen?
Maar… Als je maar niet je auto hebt verkocht.
Ik zag je auto van de klif vallen.
Ik heb je auto zelf geregistreerd als gestolen.
Wacht in je auto, naakt.
Pap. -Wat heb je met je auto gedaan?
Nee, je auto stinkt gewoon.
We hadden je auto even geleend.
Kunnen we je auto nemen?
Ga nu naar je auto, verdomme! Ga weg hier.
Staat je auto hier?
Ze dumpten je auto toen de tank leeg was.