Voorbeelden van het gebruik van Je hand in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je hand ligt op mijn been.
Je hand is droog
Ze leeft in je hand.
Hou je hand eens op, Raff.
Wat?- Haal je hand uit je zak.
Maak een vuist met je hand.
Faysal, geef me je hand, snel!
Haal je hand van me af. Jij, wegwezen!
Ik zal 'n kaart op je hand tekenen.
Ik wil je hand.
Haal je hand weg van de deur.
Het kaatst van ons af en kleeft aan je hand.
Pas op je hand.
Laat me je hand zien.
Ja. Waarom is je hand nat?
Neem je hand weg.
De sigil dat op je hand verscheen.
Prins Friedrich heeft me om je hand gevraagd.