Voorbeelden van het gebruik van Je kind in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Rot dat je kind dood is
Je kind is in elkaar geslagen door een meisje.
Vanochtend had je bijna een zenuwinzinking omdat je vriendin je kind ontmoette.
Vertel me waar hij is, of je kind gaat eraan.
Voor haar en je kind.
Hij kan je kind een naam geven.
Hij is je kind, Dexter.
Hoe heet je kind?
Ja. Maar ik ben je kind.
Ze was je kind.
Maar hij, je kind.
Hoe leer je je kind een nieuwe vaardigheid?
Wil je je kind geboren zien worden?
Wat? Wil je je kind geboren zien worden?
An8}je kind zegt dat hij NYC leuker vindt dan LA.
En nu, door je misdaden… heb jij je kind verloren, ik dank God daarvoor!
Druk het in. Waar is je kind nu, Sheriff?
Vertel me waar hij is, of je kind gaat eraan.
Zou dat je kind schoonheid brengen?