Voorbeelden van het gebruik van Je soep in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Eet je soep, je hebt nu nog een maag.
Eet je soep?
Je soep is erbarmelijk.
Eet je soep op.
Eet je soep op en we kleden ons uit.
Als je soep at met een vork.
Aanvullende producten Serveer je soep, warme dranken
En hoe je soep maakt met kip,
Het is niet je soep, mam.
Goed, je soep is klaar.
Waarom heb je soep bij een surveillance?
En iemand die je soep kan brengen, oké?
Hoe vaak at je soep in een blazer?
Ik moest je soep brengen.
Kun je soep maken?
Wil je soep, Pierre?
Wou je soep?
Dan kan je soep of appelmoes maken.
Ik zal zorgen dat je soep krijgt, Danny.
Je soep wordt koud.