Voorbeelden van het gebruik van Soep in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We zijn aan het zoenen, geen soep aan het eten.
Ruikt goed.-Neem wat soep.
Soep verbouw je niet.
Je hebt er niet eens naar gekeken. Soep.
Ik hoef geen soep.
Het is heldere soep.
Wat voor soep hebben ze… Dat niet.
En ze maakte soep voor me.
En van je ogen maakt hij soepballetjes en die doet hij in de soep.
Bob's Soep en Wraps klinkt wel lekker.
Ik breng je vanavond je medicijnen en je soep.
Heerlijk als je over soep praat.
Soep verbouw je niet.
Ze is bij de onlangs overleden geliefde soep in de kelder.
Soep verbouw je niet.
Nee, ik heb soep.
Wat voor soep heeft u?
Olivia, ik heb soep voor je.
Vis, groentegratins, soep.
Crick. Is m'n soep klaar?