Voorbeelden van het gebruik van Jij beginnen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Misschien kun jij beginnen met het bouwen van een onderkomen.
Wil jij beginnen, Velma?
Waar wil jij beginnen?
Wil jij beginnen?
Jij mag beginnen, hoor. Dank je.
Wil jij beginnen of ik?
Wil jij beginnen?
Megan, wil jij beginnen?
Delores, wil jij beginnen?
Harold, wil jij beginnen?
Hans Christian, wil jij beginnen?
Arnold, wil jij beginnen?
Robert, wil jij beginnen?
Harker, wil jij beginnen?
Tanja, wil jij beginnen?
Tracy, wil jij beginnen?
Joey, wil jij beginnen?
Adriana, wil jij beginnen?
Jij kunt beginnen met 't sorteren van de protonen en de neutronen terwijl ik de koolstofatomen bouw.
Jij begint.