Voorbeelden van het gebruik van Jouw auto in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze vonden jouw auto.
Tony, dat was jouw auto.
Maar volgens de EUCAP-lijst zijn jouw auto en nog twee modellen mogelijkheden.
Jouw auto, ik rij.
Nee, jij stond vlak naast jouw auto.
Ze zijn niet op zoek naar jouw auto.
We nemen jouw auto.
Hoe wist je dat hij jouw auto gestolen had?
Jouw auto staat buiten.
Jouw auto, jij rijdt.
Pap, ze nemen jouw auto niet mee.
Wat dacht je toen ik me in jouw auto verstopte?
Laten we jouw auto pakken.
Maar ik kan niet… het is jouw auto.
Jouw auto is bij de garage.
Ik denk dat jouw auto je leven gered heeft.
Airbags, in tegenstelling tot jouw auto.
Deze sleutels lagen anders wel in jouw auto.
We pakken jouw auto.
Ashley. Ik weet… Ik weet welke auto jouw auto is.