Voorbeelden van het gebruik van Juda in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik beslis dit niet. Juda.
God praat met ons door Juda die onze vertegenwoordiger is.
De jonge prins, Juda Ben-Hur.
Perez was een onwettige zoon van Juda.
Ik wilde je niet beledigen, Juda.
Historici, Jechonja, de oudste van Juda, en andere ambachtslieden waren.
heer Juda.
Verheugen populaties van Juda.
Ik ben het, Juda. Esther.
Ga, tel Israel en Juda.
Alsjeblieft, Juda.
Jakob was de vader van Juda en zijn broers.
En ik zal op je wachten, Juda, m'n hele leven.
Ik heet Juda.
Hij is de derde zoon die Juda bij zijn Kanaänitische vrouw heeft verwekt!
Juda, help me alsjeblieft.
De volken van Israël en Juda zijn Mij ontrouw geworden", zegt de HERE.
Het is nu in het bezit van de familie Juda.
de stammen Juda, Benjamin en Levi.
Hoort des HEEREN woord, gij gans Juda, die in Egypteland zijt!