Voorbeelden van het gebruik van Kanselier in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het is hoogverraad, kanselier, om zijn dood te overwegen.
Kanselier, ik moet bezwaar maken.
Goedemorgen, kanselier.
Generaal, dit is kanselier Compton.
Hindenburg benoemde hem tot kanselier.
Het is helemaal van u, kanselier.
De kanselier zijn zoon stierf… om te ontdekken
Richard Rich werd kanselier van Engeland… en stierf in zijn bed.
Namens zijne hoogheid, kanselier Lord Harwood… welkom.
Kanselier Jaha heeft een missie naar de Aarde goedgekeurd.
De Kanselier is pas over een uur bereikbaar.
Wat is dit, kanselier?
En nu zitten we met kanselier Pike.
Ik zag kanselier Hitler.
Ik schoot op de kanselier.
Hebben we de route van de Kanselier van en naar het podium vastgelegd.
Kanselier op het dek.
Toen Sutler tot Kanselier benoemd werd, deden zij mee aan de opstand in Leeds.
Behalve de kanselier vermoorden.
Eind september 1999 werd hij kanselier der Huisorden.