KANSELIER - vertaling in Duits

Kanzler
kanselier
griffier
bondskanselier
kanselaar
Bundeskanzler
bondskanselier
kanselier
klima
schüssel
Großkanzler
kanselier
grootkanselier
de hoogkanselier
groot raadslid
Ratsvorsitzender
voorzitter van de raad
raadsvoorzitter
fungerend voorzitter van de raad
kanselier
voorzitterschap
Vorsitzender
voorzitter
voorzitster van
leider van
hoofd van
president van
directeur van
Reichskanzler
rijkskanselier
kanselier
reichskanzlei
Lordkanzler
lord chancellor
kanselier
grootkanselier
Jaha
kanselier
Kanzlers
kanselier
griffier
bondskanselier
kanselaar
Ratsvorsitzende
voorzitter van de raad
raadsvoorzitter
fungerend voorzitter van de raad
kanselier
voorzitterschap
Vorsitzende
voorzitter
voorzitster van
leider van
hoofd van
president van
directeur van
Vorsitzenden
voorzitter
voorzitster van
leider van
hoofd van
president van
directeur van
Ratsvorsitzenden
voorzitter van de raad
raadsvoorzitter
fungerend voorzitter van de raad
kanselier
voorzitterschap

Voorbeelden van het gebruik van Kanselier in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Het is hoogverraad, kanselier, om zijn dood te overwegen.
Den Tod des Königs vorauszusehen. Und es ist Verrat, Großkanzler.
Kanselier, ik moet bezwaar maken.
Ratsvorsitzender, ich erhebe Einspruch.
Goedemorgen, kanselier.
Guten Morgen, Vorsitzender.
Generaal, dit is kanselier Compton.
General, das ist Kanzler Compton.
Hindenburg benoemde hem tot kanselier.
Hindenburg ernannte Hitler zum Reichskanzler.
Het is helemaal van u, kanselier.
Sie gehört ganz Ihnen, Jaha.
De kanselier zijn zoon stierf… om te ontdekken
Der Sohn des Kanzlers starb, als er dabei war,
Richard Rich werd kanselier van Engeland… en stierf in zijn bed.
Richard Rich wurde Lordkanzler von England… und starb in seinem Bett.
Namens zijne hoogheid, kanselier Lord Harwood… welkom.
Im Namen seiner Gnaden, Großkanzler Lord Hardwood, willkommen.
Kanselier Jaha heeft een missie naar de Aarde goedgekeurd.
Ratsvorsitzender Jaha genehmigt eine Mission zur Erde.
De Kanselier is pas over een uur bereikbaar.
Der Bundeskanzler wird auch in der nächsten Stunde nicht erreichbar sein.
Wat is dit, kanselier?
Was ist das, Vorsitzender?
En nu zitten we met kanselier Pike.
Und jetzt haben wir Kanzler Pike.
Ik zag kanselier Hitler.
Ich habe Reichskanzler Hitler getroffen.
Ik schoot op de kanselier.
Ich schoss auf Jaha.
Hebben we de route van de Kanselier van en naar het podium vastgelegd.
Wir haben die Wege des Kanzlers von und zur Festivalbühne kartografiert.
Kanselier op het dek.
Ratsvorsitzender an Deck.
Toen Sutler tot Kanselier benoemd werd, deden zij mee aan de opstand in Leeds.
Waren sie bei den Aufständen in Leeds dabei. Als Sutler zum Großkanzler ernannt wurde.
Behalve de kanselier vermoorden.
Außer den Bundeskanzler ermorden.
Eind september 1999 werd hij kanselier der Huisorden.
Ende April 1989 wurde er Vorsitzender des Verwaltungsrates von Avvenire.
Uitslagen: 993, Tijd: 0.0601

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits