Voorbeelden van het gebruik van Kantoor in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je kent ons kantoor al, toch?
Ons kantoor zal de aanklacht indienen.
Dit kantoor wordt niet overspoeld,
Op een kantoor zitten en lezen is niets voor je.
Naar het kantoor van de luitenant.
Ik wil het kantoor niet houden.
Dit kantoor verricht dan de volgende formaliteiten.
Bedrijf en kantoor leven concept.
Het kantoor staat leeg.
Dit is het kantoor van dr. Barrera.
Dit is mijn kantoor, niet het jouwe.
Kantoor, veilig. Woonkamer, veilig.
Hij is een leeuw, geen kantoor.
Er zit een vleermuis in ons kantoor.
De pigeonnier wordt gebruikt als kantoor en opslagruimte en er grenst een garage.
Kantoor te ontvluchten: weer iedereen heeft links.
We stellen ons kantoor open voor een volledige inspectie.
Dit kantoor neemt de gepaste identificatiemaatregelen.
Een waarzegger heeft me verteld dat hij op kantoor sterft.
Donna en ik verlaten het kantoor.