Voorbeelden van het gebruik van Kelners in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
ze kan niet over kelners vallen, of onder bureaus vast zitten.
Die kelner weet iets.
Maar de kelner zei tafel 5.
Kelner, hierheen. Breng de heren de beste champagne die we hebben.
Uw kelner komt zo bij u.
Rochain was tien jaar kelner in het Cadran en vertrok om te trouwen.
Jij, Don de kelner en Raymond de hulpkelner.
Als kelner had u geen kans.
Ik roep een kelner.
Hij is kelner.
Ik werd verkracht door een kelner in Italië.
Nee, ik ben kelner.
Ze waren van onze kelner.
Dit is onze kelner.
Nee, maar als jij een kelner ziet… Hallo, prinses.
Mijn oude buurman is een kelner daar.
Heb jij de kelner gezien?
Ik ben geen kelner.
Vind je het oncool om kelner te zijn?
De conciërge en een kelner.
