Voorbeelden van het gebruik van Kleineren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zag z'n vader gisteren ook Villers kleineren.
Ze willen je kleineren.
Ik wil haar niet kleineren.
Waarom moet je steeds mijn man kleineren?
Hoe te het probleem veroorzaakt door zweet kleineren.
Hij zal mij niet kleineren.
Ga jezelf nu niet kleineren als therapeute.
Geen zorgen, ik zal je niet kleineren.
Ik laat me niet zo kleineren.
Dan kan hij het vergeten. En mocht een man ons kleineren.
Zeg het maar, in plaats van ons werkte kleineren.
Jullie kunnen me nooit meer kleineren.
Ik ga hem kleineren.
Hoe ging het? Ik ga hem kleineren.
Laat je door die klootzakken niet kleineren.
Ik laat me niet kleineren.
Laat het je niet kleineren.
Laat de rotzakken je niet kleineren.
Laat de rotzakken je niet kleineren.
Ik wil die kerel niet kleineren.