Voorbeelden van het gebruik van Kluns in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is een kluns.
Finch was een kluns.
En je bent getrouwd met een kluns.
Zoon. Ik ben een kluns. Pap.
Bedankt. Ik ben zo'n kluns.
Peter, wat ben jij een kluns.
Mijn vrouw is een kluns.
Lees de rest van dat gedicht, kluns.
Ik ben zo'n kluns.
Ik ben ook zo'n kluns.
Sëbastien, je bent een kluns.
Ik ben een kluns.
Smithers, wie is die kluns?
Ik was zo'n kluns. Beter.
Ik ben soms zo'n kluns.
Je bent nogal een kluns.
Mijn vrouw is een kluns. Ja.
Lees de rest van dat gedicht, kluns.
En Andrews is een kluns.
ben je ook een kluns?
