Voorbeelden van het gebruik van Kluns in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Sorry, ik ben een kluns.
Zij was te slim en ik was een kluns.
Ik moet me alleen gedragen… Nooit, kluns.
Peter, wat ben jij een kluns.- Diep!
Jij liep tegen mij op, kluns.
Godverdomme. Wie is nu de kluns, toch?
En je bent getrouwd met een kluns.
Wat ben ik toch een kluns.
Je weet wat een kluns ze is.
Blijf vlak achter me, kluns!
Peter, wat ben jij een kluns.
Het is…-Ik ben geen kluns.
Godverdomme. Wie is nu de kluns, toch?
Die kluns! Hij is ons voor!
Iene, miene, mutte… jij bent een kluns, omdat je dat bent.
Mijn zoon, de kluns.
Het is een stomme kluns.
Geef me een whisky, kluns.
Ik bedoel, de kerel is een kluns. Wat?
Ik ben een kluns. Ik ben een kluns.