Voorbeelden van het gebruik van Koning koning in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zie, als gij daar nog met den koning koning spreken zult, zo zal ik na u inkomen,
En de jonge dochter was bovenmate schoon, en koesterde de koning koning, en diende hem; doch de koning koning bekende ze niet.
Ga heen, en zeg den koning koning aan, wat gij gezien hebt; en Cuschi boog zich voor Joab.
En hij boog zich voor den koning koning met het aangezicht ter aarde aarde,
Indien het den koning koning goeddunkt, dat een koninklijk gebod van hem uitga,
dat hij zijn knechten, die den koning koning, zijn vader, geslagen hadden, doodde.
Toen neigde zich Bathseba met het aangezicht ter aarde aarde, en boog zich neder voor den koning koning, en zeide zeide.
de Sunamietische, diende den koning koning.
Hoe veel zullen de dagen der jaren mijns levens zijn, dat ik met den koning koning zou optrekken naar Jeruzalem?
En ziet, zij sprak nog met den koning koning, als de profeet Nathan inkwam.
dewelke hun hand tegen mijn heer den koning koning ophieven, heeft overgegeven.
Maar na den dood van Jojada kwamen de vorsten van Juda, en bogen zich neder voor den koning koning;
daartoe het land van Og, koning koning van Bazan; twee twee koningen der Amorieten,
den zoon van David, den koning koning van Israel, was desgelijks in Jeruzalem niet geweest.
Is deze zaak van mijn heer den koning koning geschied? En hebt gij uw knecht niet bekend gemaakt, wie op den troon van mijn heer den koning koning na hem zitten zou?
waarom hij de hand tegen den koning koning ophief. Salomo bouwde Millo,
en hij had den koning koning onderhouden, toen hij te Mahanaim zijn verblijf had;
Adonia vreest den koning koning Salomo, want zie,
Toen zeide Esther: Dunkt het den koning koning goed goed, men late ook morgen den Joden,
zij zonden al hun roof tot den koning koning van Damaskus.