Voorbeelden van het gebruik van Kotsen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Als jij gaat kotsen, moeten we allemaal.
Niet op je jurk kotsen, of mama hoort alles.
Als hij het nog eens probeert, ga ik kotsen.
Nee, niet kotsen.
de bevalling, het kotsen.- Gefeliciteerd.
En wat is"kotsen" in het Frans?
Maar één dag kotsen?
Oké, probeer je me te laten kotsen?
Kotsen, het is de ergste bijwerking van anesthesie.
God. Ik moet kotsen.
O, god, ik moet kotsen.
Niet op de grond kotsen.
Zou ze kotsen?
Behalve Hillary. Als zij wint ga ik kotsen.
De ongeremde ongedwongen seks. De levenskracht die in je groeit, het kotsen.
Ik moet weer kotsen.
Ik wil niet hier kotsen.
Op mijn goudvissen kotsen!
Ik heb daar alleen leren eten en kotsen.
Ga ergens anders kotsen.