Voorbeelden van het gebruik van Lafaard in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je bent een lafaard, Andy.
Voor haar was ik een lafaard.
Ik zei toch dat hij een lafaard was.
De lafaard wil zich verstoppen.
Dat ben ik niet. Lafaard.
In tegenstelling tot deze lafaard, Lafayette, die ik met geweld moest bezetten.
Je… bent geen lafaard.
De vlucht van een lafaard.
Ze noemde me een lafaard.
En hij is geen lafaard.
Ik ben misschien slap, maar geen lafaard.
Alleen 'n lafaard zou zoiets doen.
Mijn oorlog is voorbij. Lafaard.
Niet de slaafse handlanger van een manke lafaard.
Of gewoon een lafaard?
Woorden van 'n lafaard.
Ik ben nog steeds 'n lafaard.
Mijn moeder zegt dat ik een lafaard ben.
De lafaard maakt een compromis om zijn eigen hachje te redden.
Attentie, de voorstelling gaat beginnen.- Lafaard.