Voorbeelden van het gebruik van Moet de deur in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je moet de deur opendoen!
Ik moet de deur dichtdoen.
Mam, je moet de deur verplaatsen.
Ik moet de deur sluiten!
Je moet de deur… Vooruit, doe de deur open!
Kom hier. Iemand moet de deur opendoen.
Je moet de deur openmaken.
U hoeft niet bang te zijn, maar ik moet de deur openmaken.
Morgen moet de deur worden geopend.
Je moet de deur helemaal dicht doen.
U moet de deur openmaken.
En je moet de deur altijd dichthouden.
Maar je moet de deur vervangen.
Je moet de deur op slot houden.
Je moet de deur op slot doen.
Van m'n hospita moet de deur open- blijven als ik een man op bezoek heb.
Moet de deur dicht?
Arthur, je moet de deur niet zomaar open laten.
Ik moet de deur intrappen.
Het liefst moet de deur helemaal open staan,
